Over een uitlating in NRC Handelsblad die ten onrechte is toegeschreven

Vooraf

NRC Handelsblad schreef op 23 en 24 mei 2018 een uitlating toe aan de heer Pieter Kalbfleisch. Het hoofdredactionele commentaar van 24 mei hierover: ‘De opmerking van P. Kalbfleisch, lid van de commissie-Deetman die het onderzoek deed naar seksueel misbruik en geweld in de Katholieke Kerk, dat ‘niemand van werken ooit slechter is geworden’, is ronduit een belediging en een blijk van hetzelfde paternalisme dat de uitbuiting in deze gestichten ooit mogelijk maakte’. En verderop: ‘Het wekt tenminste verwondering dat de commissie-Deetman die misbruik en geweld binnen de Katholieke Kerk onderzocht, deze kwestie niet bij het onderzoek wilde betrekken’.

Niet valt in te zien waarom de krant meende deze bewering toe te kunnen schrijven aan de heer Kalbfleisch en op basis van de publicatie hiervan de onderzoeken onder leiding van de heer Deetman opnieuw in diskrediet te brengen. Vanaf 24 mei is door de heer Bert Kreemers namens de voormalige commissie Deetman tegenover de hoofdredactie en betrokken redacteur van NRC Handelsblad in diverse berichten uitdrukkelijk afstand genomen van deze bewering en met de nodige onderbouwing van feiten gewezen op de ongegrondheid ervan (zie hiervoor ook elders in deze rubriek mededelingen en reacties).

De reactie van de heer Kreemers zou NRC Handelsblad ten overvloede aanleiding hebben moeten geven om de bewering in de krant in te trekken dan wel duidelijk te maken dat degene aan wie de gehekelde uitlating is toegeschreven stelt deze niet te hebben gedaan en dat diverse aanwezigen hem hierin bijvallen. Bij twijfel of de heer Kreemers namens de heer Kalbfleisch afstand nam van de bewering, zoals de betrokken redacteur op 22 juni suggereerde, had het reeds op 24 mei op de weg van NRC Handelsblad gelegen hierover navraag te doen.

Ruim een maand later vulde NRC Handelsblad, in reactie op een concept-klacht bij de Raad voor de Journalistiek, uitsluitend op de website van de krant het bericht van 23 mei aan: ‘Aanvulling 27 juni 2018: Per brief van zijn advocaat Germ Kemper heeft Pieter Kalbfleisch op 21 juni 2018 gereageerd op de aan hem toegeschreven uitlating in dit artikel. Kemper schrijft: ,,Kalbfleisch heeft zich nimmer uitgelaten in bewoordingen als door NRC-Handelsblad weergegeven, en evenmin overigens iets gezegd met dezelfde en onjuiste strekking”.’

De heer Kemper reageerde op 3 juli: ‘(…) Het wordt dezerzijds gewaardeerd dat op de site van NRC-Handelsblad nu verwezen wordt naar de reactie van de heer Kalbfleisch. Het blijft daarnaast enige verbazing wekken dat aan uw zijde pas nu is doorgedrongen dat mijn cliënten de juistheid van het aan de heer Kalbfleisch toegeschreven citaat betwisten. Alleen al uit de van ruime feitelijke onderbouwing voorziene mededeling dat de strekking van het citaat niet valt te rijmen met de werkzaamheden van, oorspronkelijk, de heer Deetman en vervolgens van de commissie waarvan de heer Kalbfleisch deel uitmaakt, had al eenvoudig kunnen worden afgeleid dat het citaat kant noch wal raakt. Het is jammer dat u niet op mijn argumentatie bent ingegaan dat het citaat niet valt te rijmen met de werkzaamheden van oorspronkelijk de heer Deetman en vervolgens van de commissie waarvan de heer Kalbfleisch deel uitmaakt. Hoe dat zij, mijn cliënten zien op dit ogenblik, en onder voorbehoud van al hun rechten, af van stappen. Zij zullen op gepaste wijze het publieke debat voortzetten wanneer daarvoor aanleiding is’.

Ook is tegenover NRC Handelsblad op basis van de feiten de bewering weerlegd dat de commissie Deetman uitbuiting in betrokken gestichten niet bij het onderzoek wilde betrekken. De problematiek van bovenmatige arbeid heeft zonder enige restrictie aandacht gekregen (zie hiervoor eveneens elders op deze website).

Bijlagen

  1. Datum: 21 juni 2018 – Brief van Mr. G.J. Kemper aan hoofdredacteur P. Vandermeersch van NRC Handelsblad inzake concept-klacht bij Raad voor de Journalistiek.
  2. E-mail correspondentie inzake concept-klacht Raad voor de Journalistiek.

Reactie voormalige onderzoekscommissie op vragen van Joep Dohmen, NRC Handelsblad

  1. Aan de heer Kalbfleisch toegeschreven uitspraken

Volgens NRC Handelsblad zou Kalbfleisch de aan hem toegeschreven uitspraak (“Van werken is nog nooit iemand slechter geworden.”) hebben gedaan in een gesprek met mevrouw Knibbe en mevrouw Kips. Tevens zou hij die uitspraak hebben gedaan in een gesprek met een lotgenote en haar dochter.

  • Het gesprek met mevrouw Knibbe en mevrouw Kips vond plaats op 27 mei 2014. Bij dit gesprek waren naast Kalbfleisch ook aanwezig mevrouw Langeland en de heren Stevens, Westra en Kreemers. De heer Westra kan zich niet herinneren dat in het gesprek de Zusters van De Goede Herder aan de orde zijn gekomen. Dat geldt ook voor de aan Kalbfleisch toegeschreven uitspraak. Stevens laat weten dat hij de beweerdelijke uitspraak van Kalbfleisch nimmer van hem heeft gehoord noch van iemand die die uitspraak van Kalbfleisch zou hebben gehoord. Langeland kan zich geen concrete situatie herinneren waarin de eerdergenoemde uitspraak zou zijn gedaan. Kreemers had al op 18 februari 2014 vastgesteld dat onder de lotgenotenorganisaties consensus bestond om klachten over gedwongen arbeid te behandelen en naar bevind van zaken te erkennen. Hij heeft de aan Kalbfleisch toegeschreven uitspraak niet gehoord en volgens hem is het onderwerp van gedwongen arbeid niet besproken.

Mevrouw Knibbe heeft een verslag van deze bijeenkomst opgesteld. De uitlating die aan Kalbfleisch wordt toegeschreven komt er niet in voor en sterker nog, gedwongen arbeid door minderjarige vrouwen komt in het gespreksverslag niet als onderwerp aan de orde.

  • Het gesprek met een melder van seksueel misbruik en geweld vond plaats op 23 juni 2014. Haar dochter was bij dit gesprek aanwezig. Aan dit gesprek namen Kalbfleisch, mevrouw Langeland en een notulist van het CAOP deel. Van het gesprek maakte het CAOP een verslag dat voor aanvullingen en verbeteringen aan de melder is toegezonden. Bij het maken van het verslag betracht het CAOP professionele verslaglegging en objectiviteit. Op 14 juli 2014 heeft de melder drie verbeteringen en twee aanvullingen toegezonden, kort daarna werd een volgende aanvulling toegezonden. Een half uur later reageerde de melder op een suggestie van Kalbfleisch om wat ze zelf omschreef als seksueel geweld ook te melden bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven dat belast was met de uitvoering van regelingen voor erkenning en genoegdoening voor seksueel misbruik in de jeugdzorg. Nergens in het verslag komt de door Kalbfleisch beweerdelijk gebezigde uitlating voor, zelfs niet iets dat daarbij in de buurt komt. Inhoud, opbouw en toonzetting van het gesprek/verslag vormen niet de minste aanleiding te veronderstellen, dat zo laatdunkend over slachtoffers is gesproken, als Kalbfleisch nu in de mond wordt gelegd. Sterker nog, uit haar laatste reactie blijkt dat Kalbfleisch zich met advies inzet voor de belangen van de melder.

De commissie Hulp, Erkenning en Genoegdoening voor geweld jegens minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk (bestaande uit Kalbfleisch, Stevens, Westra, Langeland en Kreemers) heeft deze melder schriftelijk erkenning en genoegdoening aangeboden in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De melder heeft laten weten deze te aanvaarden. Het Meldpunt Seksueel Misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk heeft melder op 19 april 2015 gewezen op de mogelijkheid om haar in 2012 gedane melding om te zetten in een klacht. Van deze mogelijkheid heeft zij geen gebruik gemaakt. Zij heeft de door Kalbfleisch aangeraden procedure bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven niet doorlopen.

  1. Deetman zou geen onderzoek hebben gedaan naar onbetaalde dwangarbeid.

“Feit is dat het lotgenotenplatform de commissie Deetman heeft gevraagd onbetaalde dwangarbeid en kinderarbeid onderdeel te maken van het tweede onderzoek. Dat heeft de commissie niet gedaan”, aldus NRC Handelsblad.

  • De commissie Deetman heeft van 1 juli 2010 tot en met 16 december 2011 onderzoek gedaan naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. Mede op verzoek van lotgenotenorganisaties heeft Deetman vanaf het voorjaar van 2012 tot 11 maart 2013 leiding gegeven aan een onderzoeksorganisatie die een vervolgonderzoek heeft gedaan naar seksueel misbruik van meisjes en geweld tegen minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. Mevrouw Knibbe en mevrouw Kips waren toen actief binnen KLOKK. Mevrouw Knibbe heeft haar bestuurslidmaatschap van KLOKK op 16 december 2012 beëindigd. Het onderzoek verscheen op 11 maart 2013. In de periode dat mevrouw Knibbe bestuurslid was van KLOKK is veelvuldig contact met haar geweest en heeft Deetman uitgebreid gebruik gemaakt van haar adviezen en inbreng bij het uitwerken van de opzet van het tweede onderzoek.

Het VPKK heeft kort voor en na verschijning van het tweede onderzoek met regelmaat kritische geluiden laten horen over de inhoud van het tweede onderzoek. Maar nimmer ging het daarbij om het niet toereikend onderzoeken van gedwongen arbeid door minderjarigen. Voor het vervolgonderzoek werd een omschrijving van vormen van geweld gebruikt zoals melders die in meldingen aan de onderzoeksorganisatie hadden genoemd. De onderzoeksorganisatie heeft van deze vormen een lijst gemaakt. Als eerste vorm van geweld wordt genoemd “lange werkdagen waarop hard moet worden gewerkt” (bladzij 54).

Op 29 oktober 2013, ruim zeven maanden na verschijning van het tweede onderzoek, stuurde het VPKK een gespreksnotitie naar de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie waarin gevraagd werd om “verder onderzoek met betrekking tot de geschiedenis van minderjarige meisjes binnen de R.K. kerk”. Dit verzoek werd uitgewerkt in zeven onderwerpen waarin verder onderzoek naar gedwongen arbeid door minderjarigen niet voorkomt.

Op 6 november 2013 vond het (ronde tafel)gesprek van de vaste Kamercommissie met het VPKK plaats. Nog dezelfde dag was er een procedurevergadering van de vaste Kamercommissie waarin besloten werd de minister te vragen om verder onderzoek te doen in de politieregisters ter vaststelling van de wijze waarop de politie had gereageerd op meldingen en aangiften van seksueel misbruik in het algemeen en ten aanzien van de Rooms-Katholieke Kerk in het bijzonder. Een verder onderzoek naar gedwongen arbeid komt niet voor in de besluitenlijst van de vaste Kamercommissie.

Een van de aanbevelingen in het tweede onderzoek van Deetman was om voor slachtoffers van fysiek en psychisch geweld (waaronder gedwongen arbeid) tegen minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk een regeling te treffen met het oog op hulp, erkenning en genoegdoening. Over de uitwerking en uitvoering van deze regeling is herhaaldelijk met lotgenotenorganisaties (Mea Culpa United, KLOKK en VPKK) gesproken. De eerste bespreking was op 14 november 2013. Met het oog op deze bespreking had het VPKK een aantal voorstellen aan de deelnemers, in dit geval de andere lotgenotenorganisaties en de secretaris van de commissie die de klachten zou beoordelen, voorgelegd. Daarbij hoorde een voorstel de definitie van geweld zo te interpreteren dat daaronder “slavernij, dwangarbeid, kinderarbeid, economische uitbuiting” en nog elf andere vormen van geweld, vernedering, manipulatie en dergelijke zouden vallen.

Inhoudelijk verliep de discussie hierover tussen de lotgenotenorganisaties constructief. Op 18 februari 2014 werd tijdens een volgende bijeenkomst vastgesteld dat meldingen en klachten over gedwongen arbeid in aanmerking zouden komen voor erkenning en genoegdoening. Het aantal meldingen was op dat moment twee. In totaal heeft de commissie die met de uitvoering van de regeling voor hulp, erkenning en genoegdoening voor geweld tegen minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk was belast acht meldingen en klachten behandeld. Aan de slachtoffers van deze acht meldingen en klachten zijn erkenning en genoegdoening aangeboden.

Bijlagen

  1. E-mailwisseling met NRC Handelsbladredacteur J. Dohmen
  2. Brief van de hoofdredacteur van NRC Handelsblad
  3. Verslag van de hand van mevrouw Knibbe van het gesprek met Kalbfleisch en anderen van het gesprek op 27 mei 2014

Feitelijk overzicht naar aanleiding van het onderzoek van NRC Handelsblad naar de Zusters van De Goede Herder

  1. De oproep van het VPKK

Op 14 maart 2018 verscheen de volgende oproep op de Facebookpagina van het VPKK:

VERTEL DE WAARHEID OVER DE GESCHIEDENIS TEHUIZEN VAN DE ZUSTERS VAN DE GOEDE HERDER
Vertel de waarheid over de Goede Herder: vele honderden meisjes werden in de loop der jaren om het minste veroordeeld, bestraft, opgesloten en uitgebuit. De veroordeling, de schaamte en het extreme regime hebben voor velen levenslange gevolgen gehad. Enkele vrouwen zoeken lotgenoten om samen de waarheid te vertellen en op te komen voor erkenning, eerherstel en genoegdoening. Het kon ieder meisje zomaar overkomen. Ben jij een van hen? Neem contact op door te schrijven aan: klachtendegoedeherder@gmail.com

Op 23 mei 2018 verscheen in NRC Handelsblad een “onderzoek van NRC naar de aard en omvang van dwangarbeid in de zogenoemde ‘liefdesgestichten’ van de Zusters van de Goede Herder in Tilburg, Zoeterwoude, Almelo en het Gelderse Velp”.

In dit feitelijk overzicht wordt ingegaan op de wijze waarop de betrokken redacteur (Joep Dohmen) een voormalig lid van de commissie-Deetman (Pieter Kalbfleisch) en de voormalige commissie-Deetman heeft benaderd. Daarnaast wordt ingegaan op beweringen van Dohmen over Kalbfleisch en over de voormalige onderzoekscommissie. Ten slotte worden andere onjuistheden in het onderzoek van Dohmen van feitelijk juiste informatie voorzien.

  1. De wijze waarop Dohmen een voormalig lid van de commissie-Deetman en de voormalige commissie-Deetman heeft benaderd

Op 22 mei 2018 nam Dohmen contact op met de secretaresse van een bedrijf in Noord-Holland waar Kalbfleisch een toezichthoudende functie vervult. Dohmen hield de secretaresse voor dat hij Kalbfleisch vragen wilde stellen ‘over iets wat niet is onderzocht’. Dohmen noemde het onderwerp waarover zijn vragen zouden gaan niet. Om 11.52 uur meldde de secretaresse aan Dohmen dat ze Kalbfleisch telefonisch niet kon bereiken: “Ik heb uw contactverzoek per mail doorgegeven voor het geval de heer Kalbfleisch zijn mail checkt.”[1] Dohmen noemde geen termijn waarbinnen hij met Kalbfleisch wilde spreken.

Op 22 mei 2018 om 15.09 uur, ongeveer drie uur na het contact tussen Dohmen en de secretaresse, verscheen op de website van NRC Handelsblad een artikel dat de volgende dag in de gedrukte krant een plek zou krijgen: “15.000 vrouwen werkten onder dwang”.

In dit digitale artikel staat: “De dwangarbeid is niet onderzocht door de commissie-Deetman. Die deed in 2010 onderzoek naar seksueel misbruik in de kerk en, in 2013, naar geweld tegen minderjarige vrouwen in de Kerk. Lotgenotenorganisatie VPKK vroeg Deetman ook de dwangarbeid te onderzoeken, maar volgens de commissie viel dwangarbeid niet onder de definitie van ‘geweld’. VPKK-bestuurslid Annemie Knibbe: “Commissielid Pieter Kalbfleisch zei het zo: ‘van werken is nog nooit iemand slechter geworden’. Kalbfleisch reageerde niet op een verzoek om commentaar.”

De tijd tussen het verzoek om contact van Dohmen met Kalbfleisch en de publicatie van ten onrechte aan Kalbfleisch en Deetman toegeschreven citaten op de website van NRC Handelsblad bedroeg drie uren. In een e-mailbericht aan Bert Kreemers van 25 mei 2018 (8.53 uur) liet Dohmen weten eraan te hechten dat Kreemers aan anderen zou laten weten dat “NRC […] moeite [heeft] gedaan om voor publicatie in contact te komen met de heer Kalbfleisch’. In hetzelfde bericht beschuldigt hij Kalbfleisch ervan “blijkbaar […] er voor […] te verkiezen richting NRC te zwijgen”.

Op 24 mei 2018 verscheen een hoofdredactioneel commentaar in NRC Handelsblad. In dit hoofdredactioneel commentaar komt de niet voor verificatie voorgelegde, door mevrouw Knibbe genoemde en aan Kalbfleisch toegedachte uitspraak als volgt aan bod:

“De opmerking van P. Kalbfleisch, lid van de commissie-Deetman die het onderzoek deed naar seksueel misbruik en geweld in de Katholieke Kerk, dat ‘niemand van werken ooit slechter is geworden’, is ronduit een belediging en een blijk van hetzelfde paternalisme dat de uitbuiting in deze gestichten ooit mogelijk maakte.”

Dit was voor de heer Deetman aanleiding om de hoofdredacteur van NRC Handelsblad een bericht te laten sturen dat als bijlage 1 is bijgevoegd. Een afschrift is beleefheidshalve aan Dohmen toegezonden. Dohmen reageerde op 25 mei 2018 (8.53 uur) met twee vragen:

  • “Wellicht kun je [Kalbfleisch] vragen of hij de zin die mevrouw Knibbe (en anderen) hem hebben horen uitspreken, juist is?”
  • “Resteert mijn vraag waarom de heer Deetman cs onbetaalde dwangarbeid van minderjarigen en kinderarbeid niet heeft onderzocht en niet tot de definitie van geweld wilde rekenen.”

Waarom Dohmen deze vragen niet voorafgaande aan publicatie van zijn artikel in NRC Handelsblad in het kader van hoor en wederhoor heeft voorgelegd, is niet bekend.

  1. Beweringen van Dohmen over Kalbfleisch en over de voormalige onderzoekscommissie

Wat beweert Dohmen?

‘volgens de commissie viel dwangarbeid niet onder de definitie van ‘geweld’

Was is feitelijk juist?

  1. Dohmen doet het voorkomen alsof hij hier de commissie als bron gebruikt. Dat is onjuist.
  2. In het onderzoeksrapport naar geweld staat: “De wetenschappelijke literatuur kent weinig eenduidigheid van het begrip geweld en dit onderzoek bestrijkt een lange periode. Dit maakt definitievorming en daarmee beoordeling van geweld tegen minderjarige vrouwen binnen de Rooms-Katholieke Kerk lastig. Om deze reden heeft de onderzoeksorganisatie ervoor gekozen om een beschrijving te geven van fysiek en psychisch geweld, in plaats van het gebruik van een scherp afgebakende definitie zoals die van seksueel misbruik. Deze beschrijving is tot stand gekomen op basis van literatuurstudies en een vergelijking van de aangetroffen informatie met de bewoordingen die slachtoffers gebruiken voor verschillende soorten geweld. […] De bewoordingen die slachtoffers gebruiken voor geweld staan vermeld in hoofdstuk 3.”[onderstreping toegevoegd]
  1. In hoofdstuk 3 staat als eerste vorm van fysiek en psychisch geweld die in de nieuwe meldingen en in de eerdere geweldsmeldingen worden gerapporteerd: “lange werkdagen waarop hard moet worden gewerkt”

Conclusie: Dwangarbeid valt dus onder de definitie van fysiek en psychisch geweld en de op het onderzoek volgende regeling voor hulp, erkenning en genoegdoening voor geweld heeft daar rekening mee gehouden. Zeven melders van en klagers over psychisch en fysiek geweld in instellingen van de Zusters van De Goede Herder hebben erkenning en genoegdoening gekregen voor wat hen daar en in andere instellingen waar ze op jongere leeftijd verbleven hebben ondergaan.

Bron

Blz. 16

Blz. 54

Wat beweert Dohmen?

Citaat van Annemiek Knibbe over Pieter Kalbfleisch: “Commissielid Pieter Kalbfleisch zei het zo: ‘van werken is nog nooit iemand slechter geworden’.

Was is feitelijk juist?

  1. Het onderzoek naar geweld liep van het voorjaar van 2012 tot 11 maart 2013. Kalbfleisch was daarbij niet betrokken. Hij maakte van de toen ingestelde onderzoeksorganisatie geen deel uit.
  2. Kalbfleisch maakte wel deel uit van de commissie die de regeling voor hulp, erkenning en genoegdoening (HEG) heeft uitgevoerd vanaf 24 juni 2014. Ter voorbereiding op deze uitvoering heeft een aantal malen tussen lotgenotenorganisaties en het secretariaat van HEG overleg plaatsgevonden met de lotgenotenorganisaties. Op 18 februari 2014 is in de ‘afsprakenlijst’ van dat overleg opgenomen dat meldingen over kinderarbeid naar bevind van zaken zouden worden behandeld. De uitvoeringscommissie HEG was geen onderzoekscommissie. De meldingen en klachten, waarvan zeven betrekking hebben op de Zusters van De Goede Herder, werden uitsluitend op authenticiteit beoordeeld. Wel heeft de uitvoeringscommissie gesprekken gevoerd met melders en klagers, waaronder mevrouw Keepers, van wie een interview in NRC Handelsblad van 23 mei 2018 verscheen.
  3. Op 27 mei 2014 heeft mevrouw Knibbe met Kalbfleisch en de uitvoeringscommissie HEG gesproken. Aanwezigen herinneren zich de door mevrouw Knibbe genoemde uitspraak niet. In het door mevrouw Knibbe zelf gemaakte verslag komt de uitspraak niet voor. De uitvoeringscommissie HEG heeft bovendien niet overeenkomstig de genoemde uitspraak gehandeld.

Conclusie: De door mevrouw Knibbe genoemde uitspraak vindt geen grond in de feiten. In het op 11 maart 2013 gepubliceerde onderzoek naar geweld wordt een definitie gebruikt waaronder gedwongen arbeid valt. Het gesprek tussen mevrouw Knibbe en Kalbfleisch dateert van 27 mei 2014 en had geen betrekking op het reeds op 11 maart 2013 gepubliceerde rapport over geweld, maar op de behandeling van meldingen en klachten over gedwongen arbeid. De uitvoeringscommissie HEG heeft zeven van zulke meldingen in instellingen van Zusters van De Goede Herder behandeld en alle zeven erkend en in aanmerking laten komen voor een financiële tegemoetkoming. Vijf van de zeven toekenningen zijn ná 27 mei 2014 gedaan. De twee overige kort daarvoor. De door mevrouw Knibbe genoemde uitspraak staat haaks op de uitspraken van de uitvoeringscommissie HEG.

Bron

Op 2 juni 2014 stuurde mevrouw Knibbe een verslag van dit gesprek naar de deelnemers aan dit gesprek (bijlage 2).

Wat beweert Dohmen?

Deetman heeft dwangarbeid niet onderzocht

Was is feitelijk juist?

Deetman heeft voor het onderzoek naar geweld een definitie gehanteerd waar gedwongen arbeid onder viel. In zijn onderzoek/artikelen in NRC Handelsblad doet Dohmen het voorkomen dat in het onderzoek naar geweld dat onder leiding van Deetman werd uitgevoerd stelselmatig gedwongen arbeid en kinderarbeid niet zijn onderzocht. Des te opvallender is dat Dohmen gebruik maakt van een bron die vijf jaar eerder uitgebreid (en veel uitgebreider dan in het onderzoek van Dohmen) voorkomt in het onderzoek onder leiding van Deetman naar geweld. Het betreft de Haagse onderwijzer D.J. Broekhuizen die tientallen getuigenverklaringen publiceerde over mishandeling en verwaarlozing, zoals in De Goede Herder in Arnhem. In een deelonderzoek dat tegelijk met het hoofdonderzoek over geweld werd gepubliceerd nam een van de deelonderzoekers de bevindingen van Broekhuizen als uitgangspunt voor haar onderzoek naar ‘mishandeling, verwaarlozing, straf en geweld in pedagogische relaties in de twintigste eeuw’.

Een eerste verwijzing naar de publicaties van Broekhuizen over excessen is overigens te vinden in het onderzoeksrapport van de commissie-Deetman dat op 16 december 2011 werd gepubliceerd.

Deetman heeft in de zomer van 2010 een melding gedaan bij het College van Procureurs-Generaal over misstanden in het internaat Sint Joseph in Heel waar door daar geplaatste jongens kinderarbeid werd verricht voor Philips. Er was sprake van een opmerkelijk hoog aantal sterfgevallen. Naar aanleiding van zijn melding heeft het Openbaar Ministerie een uitgebreid onderzoek gedaan waarvan de uitkomsten op 28 juni 2012 publiek zijn gemaakt.

Conclusie: de feiten spreken voor zich en wat Dohmen schrijft vindt geen grond in de feiten.

Bron

Blz. 298

Blz. 305

Blz. 104

  1. Andere onjuistheden in het onderzoek van Dohmen

Bewering van Dohmen

“In 2014 kreeg [mevrouw K.] via de tweede commissie Deetman 4.000 euro schadeloosstelling”.

Feit

Mevrouw K. is een van de geïnterviewden in het onderzoek van Dohmen. De ‘tweede commissie Deetman’ was de onderzoeksorganisatie die het onderzoek deed naar geweld. Deze onderzoeksorganisatie publiceerde haar onderzoek op 11 maart 2013 en werd vervolgens ontbonden. De onderzoeksorganisatie regelde geen schadeloosstellingen.

Conclusie: het onderzoek van Dohmen is op dit punt feitelijk onjuist.

Bewering van Dohmen

De schadeloosstelling van 4.000 euro was “voor het psychisch en fysiek geweld dat haar is aangedaan in eerdere kindertehuizen”.

Feit

Op 26 juni 2014 heeft mevrouw K. van de commissie HEG een brief gekregen waarin staat: “U heeft zich op 7 juni 2013 gemeld bij het Meldpunt Seksueel Misbruik RKK (voorheen Hulp & Recht). Uw melding gaat over het geestelijke en lichamelijke geweld en de vernederingen die u heeft ondervonden tijdens uw verblijf in onder meer [onderstreping toegevoegd] het kindertehuis St. Anna in Breda en het observatiehuis te Mook.”

De instellingen van de Zusters van De Goede Herder in Tilburg en Almelo waren het zesde of zevende instituut waarin de op zesjarige leeftijd uit huis geplaatste mevrouw K. verbleef. Met mevrouw K. heeft met de commissie HEG op 28 april 2014 gesproken.

Conclusie: Dohmen doet het voorkomen dat de commissie HEG geen oog had voor wat mevrouw K. is aangedaan in instellingen van de Zusters van De Goede Herder. De commissie HEG toetste uitsluitend de authenticiteit van wat mevrouw K. heeft gemeld en daar hoorde nadrukkelijk ook bij wat haar is aangedaan in twee instellingen van de Zusters van De Goede Herder.

Bewering van Dohmen

“De aard en omvang van deze misstand is nooit onderzocht. Niet door kerkhistorici en niet door de commissie-Deetman.”

Feit

De commissie-Deetman deed onderzoek naar misstanden sinds 1945. Redacteur Dohmen naar misstanden sinds 1860. In zijn onderzoek gebruikt Dohmen voornamelijk bronnen van voor 1940. Uit getuigenissen van vijf lotgenoten met wie hij heeft gesproken blijkt dat er ook tussen 1950 en 1970 “nog dwangarbeid was en de leerplicht soms ontdoken werd”.

Voor wat de commissie-Deetman wordt verweten door Dohmen, wordt naar hierboven verwezen.

Wat de kerkhistorici betreft doet Dohmen in zijn onderzoek geen nadere mededelingen. In het uitgebreide onderzoek naar vrouwelijke religieuzen in Nederland van Annelies van Heijst, Marjet Derks en Marit Monteiro (2010) komt een deel voor over de opvang van kinderen en jongvolwassenen met problemen door de Zusters van De Goede Herder waarin kritiek wordt geuit op de pedagogische aanpak van de zusters en wordt verwezen naar het “schrijnende beeld” dat uit de film The Magdalenen Sisters naar voren komt (blz. 380-385).

Bewering van Dohmen

Dohmen verwijst naar het boek ‘Stil in mij’ van Danielle Hermans en Esther Verhoef waarin het verhaal van mevrouw Keepers is opgetekend. Volgens Dohmen zou het boek vorig jaar (2017) zijn verschenen.

Feit

Het boek ‘Stil in mij’ is in mei 2014 verschenen.

Bewering van Dohmen

Dohmen wijst erop dat in België al in 1913 berichten waren over “slavenarbeid in Evere, Leuven en Namen”. Hij verwijst naar een in 2012 verschenen “onderzoek aan de Universiteit Gent naar de opvang en zorg voor ‘arme wezen’ in de negentiende eeuw met als conclusie: “Deze congregatie, net als verscheidene andere, maakte van deze kinderarbeid hun hoofdarbeid. Kinderen (al dan niet weeskinderen) werden in de industrie van de tapijten, de lingerieverwerking en de was- en strijkateliers ingelijfd”.

Feit

De aangehaalde studie is de masterproef van Gerd Vandenberghe die de opvang en zorg van ‘arme wezen’ in de stad Ronse in de negentiende eeuw heeft onderzocht en daarop in 2012 zijn mastertitel heeft verkregen. De door Dohmen genoemde conclusie komt niet voor in het hoofdstuk met conclusies (blz. 117-121), maar is een bewerkt citaat in het (derde) hoofdstuk in het feitelijke deel van het onderzoek (blz. 63). Het citaat is afkomstig uit een studie die in 1913 verscheen. Dat in 2012 een nieuw onderzoek zou zijn verschenen is feitelijk onjuist.

 

Bijlage 1

Bericht aan de hoofdredacteur NRC Handelsblad van 24 mei 2018

Het onderstaande bericht is aan de hoofdredacteur van NRC Handelsblad voorgelegd naar aanleiding van het hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad van 24 mei 2018.

 

Van: Bert Kreemers

Onderwerp: Hoofdredactioneel commentaar NRC Handelsblad 24 mei 2018

Datum: 24 mei 2018 19:12:19 CEST

Geachte heer Vandermeersch

Het is mij bekend dat uw krant hecht aan het scheiden van feiten en meningen. Graag attendeer ik u op het volgende.

U stelt in het hoofdredactioneel commentaar van heden, 24 mei: ‘De opmerking van P. Kalbfleisch, lid van de commissie-Deetman die het onderzoek deed naar seksueel misbruik en geweld in de Katholieke Kerk, dat ‘niemand van werken ooit slechter is geworden’, is ronduit een belediging en een blijk van hetzelfde paternalisme dat de uitbuiting in deze gestichten ooit mogelijk maakte’. En verderop: ‘Het wekt tenminste verwondering dat de commissie-Deetman die misbruik en geweld binnen de Katholieke Kerk onderzocht, deze kwestie niet bij het onderzoek wilde betrekken’.

De feiten:

  1. Volgens de publicatie van 23 mei in NRC Handelsblad vroeg het Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik (VPKK) ‘Deetman ook de dwangarbeid te onderzoeken, maar volgens de commissie viel dwangarbeid niet onder de definitie van ‘geweld’. VPKK-bestuurslid Annemie Knibbe: ‘Commissielid Pieter Kalbfleisch zei het zo: ‘Van werk is nog nooit iemand slechter geworden’.’ Aldus uw krant. Deze aan de heer Kalbfleisch toegeschreven uitspraak komt niet voor in het verslag dat mevrouw Knibbe maakte van het bewuste overleg op 27 mei 2014.
  2. Uit eerder overleg met mevrouw Knibbe op 18 februari 2014 blijkt dat afgesproken is klachten over kinderarbeid in het kader van de regeling hulp, erkenning en genoegdoening voor geweld te behandelen. Op dat moment waren twee meldingen bekend. Met een van de klagers is gesproken. De suggestie van mevrouw Knibbe dat de heer Kalbfleisch misstanden bij kinderarbeid zou negeren strookt evenmin met de gevolgde en gezamenlijk afgesproken aanpak bij de behandeling van klachten daarover.
  3. In 2014 waren de onderzoeken onder leiding van de heer Wim Deetman reeds meer dan een jaar beëindigd: het eerste onderzoeksrapport verscheen op 16 december 2011, het tweede op 11 maart 2013.
  4. Waar de commissie-Deetman tijdens haar onderzoek op misstanden en strafbare feiten is gestoten, heeft zij dit aan het Openbaar Ministerie gemeld. Dit heeft in 2011 wat het jongensinternaat Sint Joseph in Heel betreft geleid tot een uitgebreid justitieel onderzoek van het Openbaar Ministerie. Jongens die in dit internaat verbleven verrichtten werk voor Philips. In de jaren vijftig was sprake van een opvallend hoog aantal overleden jongens.
  5. De commissie-De Winter doet sinds 2016 onderzoek naar geweld in de jeugdzorg, met inbegrip van gedwongen arbeid in de jeugdzorg. Deze commissie kent een meldpunt voor meldingen en klachten daarover.

In reactie op een verzoek van uw redacteur om commentaar door de heer Kalbfleisch liet een medewerker hem weten tevergeefs te hebben gepoogd met de heer Kalbfleisch contact op te nemen: ‘Hij is in het buitenland en slecht bereikbaar’. Geen vrijbrief, lijkt me, om kritiekloos mee te gaan in beweringen van derden en zo opnieuw de onderzoeken onder leiding van de heer Deetman in opspraak te brengen. Mocht u in de feiten aanleiding zien uw berichtgeving en hoofdredactionele commentaar te herzien, dan verneem ik dat uiteraard graag.

Ter voorkoming van verdere verspreiding van de onjuistheden in uw berichtgeving en hoofdredactioneel commentaar zal ik mijn reactie in afschrift ter kennis brengen van de ministers van Justitie en Veiligheid en voor Rechtsbescherming, evenals aan de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid van de Tweede Kamer. Ik zal de Bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse Religieuzen informeren. Ook zal ik mijn reactie plaatsen op de website voormaligonderzoekrk.nl.

Namens de heer Deetman,

Met vriendelijke groet,

Bert Kreemers,

voormalig secretaris van de Onderzoekscommissie naar seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk

[1] Dit e-mailbericht is op 24 mei 2018 om 15.13 uur doorgezonden naar Deetman en medewerkers van de voormalige onderzoeksorganisatie.

Jaarverslag van de Stichting Archief Commissie-Deetman 2017

Op 26 januari 2016 is de Stichting Archief Commissie-Deetman opgericht. Het doel van de Stichting is het bijeenbrengen, beheren en bijeenhouden van het archief van de ‘Commissie onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk’, ook wel genaamd de ‘Commissie-Deetman’.

Hierbij presenteert de Stichting het jaarverslag 2017. U kunt het jaarverslag via deze link bekijken.

Website www.voormaligonderzoekrk.nl

Sinds 2010 heeft de commissie-Deetman van Onderzoekscommissie Seksueel Misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk de website www.onderzoekrk.nl bijgehouden. Vanaf 2017 wordt de website www.voormaligonderzoekrk.nl gebruikt. Dat komt voort uit de afronding van het werk van de Onderzoekscommissie en uit het feit dat de website www.onderzoekrk.nl verouderd was en technisch niet meer ondersteund kon worden.

Contact: info@voormaligonderzoekrk.nl.